Kurswert Beurs open Mijn Kurswert

Les 1 van 3 · 6 minuten lezen ·

Box 3: zo werkt belasting op je vermogen

In 2026 betaal je pas box 3 als je vermogen op 1 januari boven €59.357 uitkomt, en dan over een fictief rendement op het deel daarboven.

Je belegt al een paar jaar elke maand een vast bedrag, en op een verjaardag vraagt een oom: betaal je daar eigenlijk belasting over? Voor de meeste twintigers is het eerlijke antwoord: nee, nog niet. Toch loont het om box 3 te snappen, want het is een vreemd systeem. Je betaalt niet over wat je echt verdiende, maar over wat de Belastingdienst aanneemt dat je verdiende.

Hoe box 3 in 2026 werkt

Box 3 is de belasting op sparen en beleggen. De Belastingdienst kijkt naar je bezittingen en schulden op één dag: 1 januari, de peildatum. Voor elk soort bezit, en voor schulden, rekent hij met een vast, fictief rendement:

SoortFictief rendement 2026
Banktegoeden, zoals spaargeld1,28% (voorlopig)
Overige bezittingen, zoals aandelen, ETF's en crypto6,00%
Schulden, zoals een studieschuld2,70% (voorlopig)

De eerste €59.357 per persoon is vrij: het heffingsvrij vermogen. Met een fiscale partner is dat samen €118.714. Van je schulden telt alleen het deel boven €3.800 per persoon mee, of €7.600 voor fiscale partners samen. Over het belaste deel betaal je 36%. De voorlopige percentages worden begin 2027 definitief.

Voorbeeld 1: €80.000 in ETF's en €10.000 spaargeld

Lisa (29) heeft op 1 januari 2026 €80.000 in ETF's en €10.000 op haar spaarrekening. Geen schulden, geen fiscale partner. Zo rekent de Belastingdienst:

  1. Fictief rendement: €80.000 × 6,00% = €4.800, plus €10.000 × 1,28% = €128. Samen €4.928.
  2. Rendementsgrondslag, bezittingen min schulden: €90.000.
  3. Grondslag sparen en beleggen: €90.000 min het heffingsvrij vermogen van €59.357 = €30.643.
  4. Belaste deel: €30.643 gedeeld door €90.000 = 34,048%.
  5. Box 3-inkomen: 34,048% van €4.928 = €1.677,89.
  6. Belasting: 36% van €1.677,89 = €604.

Dat is ongeveer €50 per maand, of 0,67% van haar vermogen. Had Lisa een fiscale partner zonder eigen vermogen, dan bleven ze samen onder de €118.714 en betaalden ze niets.

Voorbeeld 2: onder de grens dankzij een studieschuld

Daan (27) heeft €52.000 in ETF's, €9.000 spaargeld en €15.000 studieschuld. Zijn bezittingen zijn samen €61.000, meer dan €59.357. Toch betaalt hij niets.

  1. Schuld boven de drempel: €15.000 min €3.800 = €11.200.
  2. Rendementsgrondslag: €61.000 min €11.200 = €49.800.
  3. Grondslag sparen en beleggen: €49.800 min €59.357 is minder dan nul, dus €0.
  4. Belaste deel, box 3-inkomen en belasting: allemaal nul.

Zijn fictieve rendement (€3.120 plus €115,20 min €302,40 voor de schuld, samen €2.932,80) doet er dan niet meer toe.

Tegenbewijs: als je echte rendement lager was

Het systeem rekent met 6% op beleggingen, ook in een jaar waarin de beurs daalt. De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd is met het eigendomsrecht als je in werkelijkheid minder rendement had. Daarom is er de tegenbewijsregeling. Vanaf de aangifte over 2025 vraagt de Belastingdienst zelf of je je werkelijke rendement wilt opgeven, en rekent dan met het gunstigste van de twee.

Let wel op. Bij je werkelijke rendement tellen ook koersstijgingen mee die je niet hebt verzilverd. Er is dan geen heffingsvrij vermogen, en kosten mag je niet aftrekken. In een goed beursjaar levert tegenbewijs dus niets op. In een slecht jaar kan het flink schelen.

Wat er vanaf 2028 kan veranderen

Het kabinet wil af van het fictieve rendement. De Tweede Kamer nam op 12 februari 2026 een wet aan om vanaf 2028 je werkelijke rendement te belasten, ook koersstijgingen die je nog niet had verzilverd. De Eerste Kamer hield de stemming eind juni 2026 aan.

Eind september 2026 koos het kabinet een andere route. In het nieuwe voorstel wordt koerswinst op aandelen, obligaties en ETF's vanaf 2028 pas belast als je verkoopt. Voor crypto en andere bezittingen blijft het voorlopig een belasting op de jaarlijkse waardestijging, tot er naar verwachting in 2030 ook voor die bezittingen een regeling bij verkoop komt. Per persoon blijft €1.000 rendement per jaar vrij en het tarief blijft 36%. Om het te betalen, wil het kabinet het heffingsvrij vermogen in 2027 verlagen naar €30.846. Over dat bedrag is het laatste woord nog niet gezegd.

Niets hiervan is al wet. De aanpassing, een novelle, ligt sinds begin oktober 2026 bij de Raad van State, en daarna moeten beide Kamers nog stemmen. Details kunnen dus nog flink veranderen.

Wat dit betekent voor jou

Zijn je bezittingen min je schulden samen minder dan €59.357? Dan betaal je over 2026 geen box 3. Dat geldt voor de meeste twintigers. Met een fiscale partner ligt de grens twee keer zo hoog, en een studieschuld boven €3.800 verlaagt je grondslag. Meer over die schuld in studieschuld, hypotheek en beleggen.

Gaat het nieuwe plan door, dan verandert er veel. Heb je €30.000 in ETF's en stijgen die in een jaar 10%, dan betaal je daar niets over zolang je niet verkoopt. Verkoop je later met €3.000 winst, dan betaal je 36% over het deel boven €1.000: €720. Lang vasthouden wordt dus beloond, want ook het deel dat later naar de belasting gaat, groeit tot die tijd voor jou mee. Gaat het heffingsvrij vermogen in 2027 echt omlaag, dan betaal je met bijvoorbeeld €40.000 aan ETF's dat jaar wel box 3, waar dat in 2026 nog €0 was. Bouw je plannen dus niet op de regels van nu.

Test jezelf

1. Op welke dag kijkt de Belastingdienst naar je vermogen voor box 3?
2. Je hebt €40.000 in ETF's en €10.000 spaargeld, geen schulden en geen fiscale partner. Hoeveel box 3 betaal je over 2026?
3. Wat telt mee bij je werkelijke rendement voor de tegenbewijsregeling?

Wanneer dit speelt

Bronnen

Dit is uitleg, geen advies. Beleggen brengt risico's met zich mee: je kunt (een deel van) je inleg verliezen.