Les 5 van 5 · 6 minuten lezen ·
Je vrijheidsgetal: hoeveel is genoeg?
Je vrijheidsgetal is je jaarlijkse uitgaven keer 25 tot 33. Hoe voorzichtiger je opnamepercentage, hoe hoger het getal.
Hoeveel geld heb je nodig om nooit meer te hoeven werken? Het antwoord hangt minder af van je salaris dan van je uitgaven. Dat is het idee achter FIRE: financial independence, retire early. Financieel onafhankelijk worden, en daarna zelf kiezen of en hoeveel je nog werkt.
Uitgaven keer 25
De vuistregel is simpel. Neem wat je per jaar uitgeeft en vermenigvuldig dat met 25. Geef je €2.000 per maand uit, dus €24.000 per jaar, dan is je vrijheidsgetal €600.000. Haal je daar elk jaar 4% uit, dan heb je je €24.000. Het jaar erna verhoog je dat bedrag met de inflatie.
Kijk wat dit betekent: elke €100 die je per maand minder uitgeeft, maakt je vrijheidsgetal €30.000 lager. Zuinig leven werkt dus dubbel. Je houdt meer over om te beleggen, en je hebt minder nodig.
Waar de 4%-regel vandaan komt
In 1994 onderzocht de Amerikaanse financieel planner William Bengen hoeveel gepensioneerden veilig konden opnemen. Hij testte elk startjaar vanaf 1926 met een mix van Amerikaanse aandelen en obligaties. Een opname van 4% van het startbedrag, daarna elk jaar verhoogd met de inflatie, hield het in al die periodes minstens dertig jaar vol.
In 1998 kwamen drie hoogleraren van Trinity University in Texas tot een vergelijkbare uitkomst. Hun Trinity-studie maakte de 4%-regel wereldberoemd.
De kritiek, en wat dat betekent in Europa
- Dertig jaar is kort. Beide studies keken naar pensioenen van hooguit zo'n dertig jaar. Stop je op je 45e, dan moet je geld misschien vijftig jaar mee.
- Amerika was een uitschieter. De Amerikaanse beurs deed het in de twintigste eeuw uitzonderlijk goed. Wade Pfau herhaalde de berekening in 2010 voor zeventien landen, met data vanaf 1900. In veel van die landen was 4% achteraf te hoog geweest.
- De volgorde telt. Een crash in je eerste jaren doet veel meer schade dan dezelfde crash twintig jaar later, omdat je dan opneemt uit een gekrompen pot.
- Kosten en belasting. Die zitten niet in de klassieke sommen. In Nederland komt daar box 3 bij.
Woon je in Europa en wil je vroeg stoppen, reken dan voorzichtiger, met 3 of 3,5%. Je vrijheidsgetal wordt hoger, maar de kans dat je geld te vroeg op is, kleiner.
Rekenvoorbeeld: Sam geeft €2.000 per maand uit
Sam verdient €3.000 netto, geeft €2.000 uit en belegt €1.000 per maand.
| Opname per jaar | Uitgaven keer | Vrijheidsgetal |
|---|---|---|
| 4% | 25 | €600.000 |
| 3,5% | 28,6 | €685.714 |
| 3% | 33,3 | €800.000 |
Bij een rendement van 4% per jaar na inflatie duurt het ongeveer 27,5 jaar voordat Sam €600.000 heeft, en bijna 30 jaar voor €685.714. Dat rendement is een aanname, geen belofte.
Deels vrij als tussenstap
Je hoeft niet te wachten tot je het hele bedrag hebt. Een tussendoel is deels vrij: genoeg vermogen om een deel van je uitgaven te dekken, zodat je minder kunt werken. Sam wil later twee dagen per week werken en verdient daarmee ongeveer €1.000 netto per maand. Het gat van €1.000 per maand komt uit zijn vermogen: €12.000 per jaar keer 25 is €300.000. Dat heeft hij in dit voorbeeld na ongeveer 17,5 jaar, in plaats van 27,5.
Daarna doet rente op rente een deel van het werk, ook als je minder inlegt. En je houdt een inkomen, collega's en een reden om je bed uit te komen. Misschien is dat wel wat je eigenlijk wilt.
Reken je eigen getal uit:
Wil je er een concreet plan van maken, met je buffer, je maandbedrag en je doelen? Begin met je persoonlijke vermogensplan.
Test jezelf
Bronnen
- Wikipedia: Trinity study (met de achtergrond van Bengen 1994 en de kritiek)
- Bengen (1994), Determining Withdrawal Rates Using Historical Data, Journal of Financial Planning
- Pfau (2010), An International Perspective on Safe Withdrawal Rates: The Demise of the 4 Percent Rule?, Journal of Financial Planning
- Belastingdienst: berekening box 3-inkomen 2026
Dit is uitleg, geen advies. Beleggen brengt risico's met zich mee: je kunt (een deel van) je inleg verliezen.