Les 3 van 6 · 6 minuten lezen ·
Eerst een buffer, dan pas beleggen
Beleg pas als je een buffer op een spaarrekening hebt en je dure schulden hebt afgelost, zodat je nooit op het slechtste moment hoeft te verkopen.
Je laptop gaat kapot midden in je scriptieperiode. Of je tweedehands auto heeft een nieuwe koppeling nodig: €900. Zulke rekeningen komen altijd op een slecht moment. Dan wil je het geld gewoon hebben, zonder te lenen en zonder iets te hoeven verkopen.
Waarom de buffer vóór het beleggen komt
Stel dat al je spaargeld in aandelen zit en je je bijbaan kwijtraakt. Juist in zulke periodes staan de koersen vaak laag, want een crisis raakt banen en beurzen tegelijk. Dat is in het verleden echt zo gegaan. In maart 2020 ging de horeca dicht, verdwenen veel bijbanen en stond de AEX, de graadmeter van de grootste Nederlandse beursbedrijven, in een paar weken ongeveer een derde lager. Wie toen moest verkopen om de huur te betalen, maakte een tijdelijk verlies definitief.
Een buffer voorkomt die gedwongen verkoop. Je betaalt de tegenvaller van je spaargeld en je beleggingen kunnen de daling uitzitten.
Hoe groot moet je buffer zijn?
Dat hangt af van je leven. Wie op kamers woont zonder auto, heeft minder nodig dan iemand met een koophuis en een kind. Het Nibud heeft daarvoor de BufferBerekenaar. Je vult onder meer je woonsituatie, je inkomen en je eventuele auto in en krijgt een bedrag dat bij jouw situatie past.
Wil je een snelle vuistregel? Zorg dat je drie maanden aan vaste lasten kunt betalen zonder inkomen. Reken alles mee wat elke maand terugkomt en moet: huur, verzekeringen, abonnementen, boodschappen en vervoer. Heb je een onzeker inkomen, bijvoorbeeld met een nulurencontract of als zzp'er, mik dan eerder op zes maanden. Het blijft een vuistregel. De berekening van het Nibud is preciezer.
Noor, 23, eerste baan
Noor zet haar vaste lasten per maand onder elkaar:
- Huur: €750
- Zorgverzekering: €150
- Boodschappen: €300
- Openbaar vervoer: €80
- Overige verzekeringen en abonnementen: €60
- Telefoon: €20
Samen €1.360 per maand. Drie maanden is €4.080. Als ze elke maand €300 opzijzet, staat haar buffer er in ruim een jaar. Daarna kan die €300 naar beleggen.
Waar laat je je buffer?
Op een gewone spaarrekening, los van je betaalrekening, zodat je hem niet ziet als je pint. Niet in aandelen en niet in crypto: dit geld moet er voor het volle bedrag zijn op de dag dat je het nodig hebt. Gaat je bank failliet, dan beschermt het depositogarantiestelsel je spaargeld tot €100.000 per persoon per bank.
Let wel op wat een bank is: het gaat om de bankvergunning, niet om de merknaam. Vallen twee merken onder één vergunning, dan telt je spaargeld bij die merken samen op. Voor een buffer van een paar duizend euro maakt dat niets uit.
Eerst weg met dure schulden
Beleggen terwijl je rood staat, is dweilen met de kraan open. Rood staan en een creditcardschuld kosten vaak meer dan 10% rente per jaar. Elke euro waarmee je zo'n schuld aflost, levert die rente gegarandeerd op. Geen enkele belegging kan je dat beloven.
Achteraf betalen voelt gratis, en zolang je op tijd betaalt kost het meestal ook niets. Het gevaar zit ergens anders: kopen wordt zo makkelijk dat je het overzicht kwijtraakt. En betaal je te laat, dan kunnen er incassokosten bijkomen van minimaal €40, ook als het om een broek van €35 ging.
Je studieschuld is een ander verhaal. De rente is relatief laag en je lost af naar draagkracht. Of je die eerst aflost of toch gaat beleggen, lees je in studieschuld, hypotheek en beleggen.
Test jezelf
Wanneer dit speelt
Bronnen
Dit is uitleg, geen advies. Beleggen brengt risico's met zich mee: je kunt (een deel van) je inleg verliezen.