Les 4 van 6 · 6 minuten lezen ·
Sparen of beleggen? Inflatie als stille dief
Spaargeld is veilig voor koersschommelingen maar niet voor inflatie, dus kies per doel: sparen voor de korte termijn, beleggen voor de lange.
Weet je nog wat een festivalkaartje kostte toen je zestien was? Grote kans dat je voor hetzelfde weekend nu flink meer betaalt. Dat is inflatie. Je euro koopt elk jaar een beetje minder, ook als hij gewoon op je spaarrekening blijft staan.
Inflatie: de stille dief
Inflatie betekent dat prijzen gemiddeld stijgen. Op je rekening merk je er niets van: €1.000 blijft €1.000. Maar je kunt er minder mee kopen. Wat je met je geld kunt kopen, heet koopkracht. Inflatie pakt geen euro's af, ze pakt af wat je met die euro's kunt doen.
Een beetje inflatie is normaal. De Europese Centrale Bank mikt op 2% per jaar. Soms loopt het uit de hand: in 2022 stegen de prijzen in Nederland volgens het CBS met gemiddeld 10%, vooral door dure energie.
Spaarrente tegenover inflatie
Wat je echt verdient op je spaarrekening, is ongeveer de spaarrente min de inflatie. Krijg je 1,5% rente en is de inflatie 3%, dan word je in koopkracht elk jaar zo'n 1,5% armer. In 2022 was dat verschil pijnlijk groot. De spaarrente bij de grote banken lag het grootste deel van het jaar rond de nul. Wie €10.000 spaarde, kon er na dat jaar ruim €900 minder mee kopen.
En nu? Voor 2026 rekent de Belastingdienst in box 3, de belasting op je vermogen, voorlopig met 1,28% rendement op spaargeld. Ligt de inflatie hoger, dan krimpt je koopkracht nog steeds, alleen langzamer. Hoe die belasting werkt, staat in de les over box 3.
€5.000 tien jaar op de spaarrekening
Je zet €5.000 op een spaarrekening met 1,5% rente en laat het tien jaar staan. De inflatie is in die tijd gemiddeld 3% per jaar.
- Op je rekening staat na tien jaar €5.803.
- In prijzen van vandaag is dat ongeveer €4.318 waard.
Er is €803 bijgekomen, en toch kun je er ruim €680 minder mee kopen dan toen je begon. Je spaargeld is veilig voor koersschommelingen, niet voor inflatie.
Wanneer sparen gewoon slim is
Sparen is niet dom. Je buffer hoort op een spaarrekening. Dat geldt ook voor geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt: de borg voor je volgende kamer, je rijlessen, een tweedehands auto, een opleiding. Bij zulke doelen wil je zeker weten dat het geld er is als je het nodig hebt.
De vuistregel: geld dat je binnen ongeveer vijf jaar nodig hebt, hoort niet op de beurs. Een daling van 30% of meer kan zomaar gebeuren, en het herstel kan jaren duren. Moet je juist dan verkopen, dan maak je het verlies definitief. Hoe diep zulke dalingen in het verleden gingen, zie je in de les over risico en rendement.
Wanneer beleggen logischer wordt
Voor geld dat je pas over tien, twintig of veertig jaar nodig hebt, verandert het plaatje. Dan is niet de daling van volgend jaar het grootste risico, maar dat inflatie je geld langzaam opeet. Aandelen wereldwijd brachten in het verleden, van 1900 tot en met 2024, gemiddeld 5,2% per jaar op bovenop de inflatie. Kortlopende staatsleningen, wat het dichtst bij sparen komt, haalden in dezelfde periode 0,5% per jaar. Dat blijkt uit het Global Investment Returns Yearbook van UBS.
Je hoeft dus niet te kiezen tussen sparen en beleggen. Je kiest per doel. Buffer en korte termijn: sparen. Lange termijn: beleggen kan, als je buffer staat en je geen dure schulden hebt.
Test jezelf
Wanneer dit speelt
Bronnen
Dit is uitleg, geen advies. Beleggen brengt risico's met zich mee: je kunt (een deel van) je inleg verliezen.