Les 4 van 6 · 5 minuten lezen ·
John Bogle: koop de hele hooiberg
Zoek niet de naald, koop de hooiberg. Een breed en goedkoop indexfonds verslaat op lange termijn de meeste actieve fondsen, vooral omdat het minder kost.
In 1976 bracht een klein bedrijf uit Pennsylvania een fonds op de markt dat niet eens probeerde de beurs te verslaan. Het kocht gewoon de aandelen uit de S&P 500. Op Wall Street lachten ze erom en noemden het Bogle's folly: de dwaasheid van Bogle. Het fonds haalde bij de start maar een fractie op van het geld waarop was gehoopt. Vijftig jaar later is hetzelfde idee de basis onder de ETF waarmee jij misschien elke maand belegt.
Wie was Bogle?
John Bogle (1929 tot 2019) schreef zijn afstudeerscriptie aan Princeton al over beleggingsfondsen. Hij werd topman van fondsbeheerder Wellington, maar werd na een mislukte fusie ontslagen. In 1975 begon hij Vanguard, vernoemd naar het vlaggenschip van admiraal Nelson.
Het bijzondere zit in wie de eigenaar is. Vanguard is van zijn eigen fondsen, en die zijn van de beleggers. Er zijn dus geen aandeelhouders die winst willen zien, en elke besparing kan naar lagere kosten. Bogle kreeg op zijn 31e zijn eerste hartaanval en op zijn 66e een donorhart. Daarna bleef hij nog ruim twintig jaar schrijven en spreken.
Koop de hele hooiberg
Don't look for the needle in the haystack. Just buy the haystack!
John Bogle, The Little Book of Common Sense Investing, 2007
Zoek niet naar die ene winnaar, koop ze allemaal. Bogles argument is rekenkunde. Alle beleggers samen zijn de markt. Vóór kosten halen ze samen dus precies het marktrendement. Na kosten moet de gemiddelde actieve belegger achterblijven, ongeveer met het verschil in kosten. Een indexfonds rekent weinig en houdt zo bijna het hele marktrendement over.
Wat onderzoek zegt
S&P Dow Jones Indices meet dit twee keer per jaar in het SPIVA-rapport. Het beeld is al jaren hetzelfde: hoe langer de periode, hoe meer actieve fondsen achterblijven bij hun index. Over vijftien jaar of langer is dat in de meeste categorieën de grote meerderheid, vaak rond negen op de tien. Ook in Europa blijft over tien jaar of langer het merendeel van de actieve aandelenfondsen achter. En wie een paar jaar wint, blijft zelden bovenaan.
Warren Buffett schreef in zijn brief over 2016 dat als er ooit een standbeeld komt voor de persoon die het meest heeft gedaan voor Amerikaanse beleggers, Bogle de vanzelfsprekende keuze is.
Kosten: de stille sloper
Het verschil tussen een indexfonds en een actief fonds dat je het zekerst merkt, is de prijs. Een breed indexfonds kost vaak rond de 0,20% per jaar, een actief fonds al snel 1,5%. Dat klinkt als een detail. Dat is het niet.
Rekenvoorbeeld. Je legt vanaf je 25e veertig jaar lang €150 per maand in, samen €72.000. We rekenen met 7% rendement per jaar vóór kosten. Dat is een aanname, geen belofte.
- Met 0,20% kosten heb je na 40 jaar ongeveer €372.300.
- Met 1,50% kosten heb je ongeveer €261.200.
Het verschil: ruim €111.000. Dat is meer dan je zelf hebt ingelegd.
Speel zelf met de bedragen:
Meer over lopende kosten, transactiekosten en spreads lees je in Kosten: de stille sloper van je rendement.
Kanttekeningen, en wat je wel kunt doen
Bogle was geen fan van alles waar index op staat. Hij was kritisch over ETF's, omdat je ze de hele dag kunt verhandelen en dat mensen verleidt om te handelen in plaats van te blijven zitten. Een indexfonds daalt in een crash ook net zo hard als de markt: het beschermt je tegen slechte keuzes, niet tegen dalingen. En een wereldindex weegt bedrijven naar beurswaarde, dus een flink deel van je geld zit in een handvol grote Amerikaanse techbedrijven.
Wat je wel kunt doen: kies één breed gespreid indexfonds met lage kosten, bijvoorbeeld een ETF op de MSCI World of de FTSE All-World. Zet een automatische maandelijkse inleg aan en laat het daarna met rust. Let ook op wat je broker rekent: zie Een broker kiezen.
Test jezelf
Bronnen
Dit is uitleg, geen advies. Beleggen brengt risico's met zich mee: je kunt (een deel van) je inleg verliezen.